Waarom verhalen eerder signaleren dan een verzuimdashboard
Het verzuimcijfer staat stil terwijl burn-outklachten oplopen. Welke signalen van dreigend verzuim mensen wel afgeven, en waarom niemand ze registreert.
Op donderdagmiddag loopt het rooster voor volgende week vast. Er is iemand die het oplost, zoals bijna altijd: ze schuift twee diensten, belt de invaller die ze nog kent van vorig jaar, en legt op weg naar buiten aan de nieuwe collega uit hoe het aanvraagformulier werkt. In het verzuimdashboard staat achter haar naam nul dagen.
Signalen van dreigend verzuim zijn zelden medisch en bijna nooit meetbaar. Ze zitten in het werk dat mensen erbij doen zonder dat het ergens is toegewezen, in wat ze op maandagochtend niet meer vertellen, en in de toon waarop ze zeggen dat het prima gaat. Een dashboard registreert wie er uitvalt. De aanloop daarnaartoe zit in wat mensen vertellen terwijl ze nog gewoon aan het werk zijn.
Waarom staat het verzuimcijfer stil terwijl de klachten oplopen?
De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025, uitgevoerd door TNO en CBS onder ruim 53.000 werknemers, laat twee lijnen zien die niet met elkaar meebewegen. Het ziekteverzuim bleef in 2025 op 4,9 procent, vrijwel gelijk aan 2024. Tegelijk steeg het aandeel werknemers met burn-outklachten van 19 procent in 2023 naar 21 procent in 2025, waar dat tien jaar geleden nog 13 procent was.
Die twee getallen gaan niet over hetzelfde, en precies daar zit het punt. Het verzuimpercentage telt de dagen dat mensen er niet zijn. De klachtencijfers tellen de mensen die er wel zijn en het zwaar hebben. Eén op de vijf werknemers meldt burn-outklachten, en verreweg de meesten van hen zitten gewoon aan tafel of in de dienst. Ze staan nergens rood.
Van de werknemers die zich in 2025 ziek meldden, gaf ruim 22 procent aan dat het verzuim geheel of gedeeltelijk met het werk te maken had, met hoge werkdruk als meest genoemde oorzaak. Op het moment dat het verzuimcijfer beweegt, is het signaal dus al oud. De ziekmelding is de laatste stap van iets wat maanden eerder begon, alleen niet in een vorm die het systeem kon opslaan.
Welke signalen van dreigend verzuim geven mensen wel af?
Het eerste zit in werk dat officieel van niemand is. Personeelsnet beschreef eind juli 2026 de categorie kleine, terugkerende klusjes waarvoor niemand is aangenomen en die toch elke week gebeuren: de printer die vastloopt vlak voordat iemand een document nodig heeft, de bestelling die geplaatst moet worden voordat de voorraad op is. Los van elkaar stelt zo'n taak niets voor. De kosten zitten in de onderbreking en in het onthouden, want wie tussendoor een storing verhelpt betaalt daar meer voor dan de minuten die de klus duurt.
Dat werk landt vrijwel altijd bij dezelfde persoon: degene die het ziet en het lastig vindt om iets te laten liggen. Zo ontstaat een scheefgroei die nergens wordt vastgelegd. Er bestaat geen veld in het HR-systeem met de tekst "draagt structureel meer dan in haar takenpakket past". Wat niet in een functieprofiel staat, komt ook niet in een rapportage.
Het tweede signaal zit in taal, en dan niet in het antwoord op de vraag hoe het gaat. Het zit in wat mensen op maandagochtend wel en niet vertellen over hun weekend. Personeelsnet haalde eind juli onderzoek van Deloitte aan waaruit blijkt dat in Nederland 46 procent van de LHBTI+-werknemers tegenover alle collega's open is over seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Nog eens 42 procent voelt zich daar alleen bij enkele vertrouwde collega's prettig bij en 9 procent is helemaal niet open op het werk, met angst voor discriminatie en voor negatieve gevolgen voor de loopbaan als genoemde redenen.
Zet die cijfers naast een tevredenheidsscore en er gebeurt niets. Wie elke maandag opnieuw afweegt wat hij vertelt, kan probleemloos een zeven invullen. Zet ze naast wat er in de koffiehoek wel en niet gezegd wordt, en het signaal is er wel. Die wekelijkse afweging is werk. Ze staat op geen enkel formulier en er zijn geen uren voor begroot.
Waarom registreert niemand die signalen?
Omdat er niets te registreren valt in de vorm waarin een systeem gegevens verwacht. Een signaal is hier geen gebeurtenis maar een patroon: dezelfde persoon die het steeds oplost, en hetzelfde grapje over de drukte dat elk kwartaal iets minder grappig wordt. Elk los voorval is te klein om te melden, en het patroon is te traag om op te vallen. Wie in maart terugkijkt op januari ziet niets bijzonders.
Daar komt bij dat de persoon die het signaal afgeeft er belang bij heeft dat niemand het oppikt. Wie altijd oplost, ontleent daar iets aan. Zeggen dat het te veel wordt voelt als toegeven dat je het niet trekt, precies op de plek waar je waarde vandaan komt. Zo blijft het signaal hangen in het gesprek dat niemand voert, tot het zich meldt in de enige vorm die wel in het systeem past. Dit is dezelfde beweging als in wat je bij verandering onderdrukt, komt altijd terug: wat je niet benoemt verdwijnt niet, het kiest zelf een moment.
Wat verandert er als je die aanloop wel hoort?
Er hoeft geen instrument bij. Er hoeft een andere vraag bij in het gesprek dat je toch al voert. Naast de vraag hoe het gaat past een tweede: wat doe jij in een gemiddelde week dat nergens genoteerd staat? En: waar is jouw werk het afgelopen halfjaar ongemerkt iets anders geworden dan waarvoor je bent aangenomen?
Antwoorden op die vragen leveren geen cijfers op. Ze zijn wel bruikbaar, want ze wijzen aan waar de belasting zit die geen rapportage haalt, en ze doen dat in de taal van de persoon zelf. In Wanneer de boog altijd gespannen staat staat de verdieping op het ritme daarachter: spannen en loslaten, en waarom een boog die permanent gespannen blijft zijn veerkracht verliest. Dit stuk gaat over de stap ervoor, over wat je moet horen voordat je dat ritme kunt herkennen.
Bij NarraTyx werken we aan die kant van verzuimpreventie en duurzame inzetbaarheid: het verhaal naast de cijfers die je toch al verzamelt. Geen score en geen rangorde, wel de taal waarin iemand zijn eigen belasting beschrijft voordat een bedrijfsarts dat voor hem doet. De score is het begin, het verhaal maakt het af.
Welk signaal loopt er deze week door jouw organisatie waarvoor nergens een veld bestaat?
Veelgestelde vragen
Signalen van dreigend verzuim zijn de veranderingen in gedrag en taal die maanden voor een ziekmelding zichtbaar zijn: iemand pakt structureel werk op dat nergens is toegewezen, vertelt minder over zichzelf dan voorheen, of maakt een grap over de drukte die elk kwartaal iets minder grappig wordt. Ze zijn zelden medisch en vrijwel nooit meetbaar, omdat het patronen zijn en geen gebeurtenissen.
Een dashboard registreert gebeurtenissen die in een veld passen: ziekmeldingen, verzuimdagen, herstelmeldingen. De aanloop bestaat uit patronen die te traag verlopen om op te vallen en uit taken die in geen enkel functieprofiel staan. Dat verschil is zichtbaar in de cijfers: het ziekteverzuim bleef in 2025 op 4,9 procent, terwijl 21 procent van de werknemers burn-outklachten meldde (TNO en CBS, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025).
Vraag naar het werk dat nergens genoteerd staat: wat doe jij in een gemiddelde week waar niemand van weet? Vraag ook waar iemands werk het afgelopen halfjaar ongemerkt iets anders is geworden dan waarvoor hij is aangenomen. Die vragen leveren geen cijfer op, maar ze maken de belasting zichtbaar in de taal van de persoon zelf, en dat is precies de laag die geen rapportage haalt.
Nee. Verzuimregistratie, arbodienstverlening en een medewerkersonderzoek doen werk dat een verhaal niet kan doen. Een verhaalgerichte aanpak voegt de laag toe die daarvoor komt: de taal waarin iemand zijn eigen belasting beschrijft voordat er een diagnose op zit. NarraTyx is een reflectie-instrument zonder score of rangorde en verdiept wat je al gebruikt: de score is het begin, het verhaal maakt het af.
Bronnen
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2026, 20 april). Burn-outklachten onder werknemers blijven toenemen. Arboportaal. https://www.arboportaal.nl/actueel/nieuws/2026/04/20/burn-outklachten-onder-werknemers-blijven-toenemen
- TNO & CBS (2026). Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025: Factsheet. TNO Monitor Arbeid. https://monitorarbeid.tno.nl/publicaties/nationale-enquete-arbeidsomstandigheden-2025-factsheet/
- Personeelsnet (2026, 29 juli). De verborgen taken die je personeel meer tijd kosten dan je denkt. Personeelsnet. https://www.personeelsnet.nl/bericht/de-verborgen-taken-die-je-personeel-meer-tijd-kosten-dan-je-denkt
- De Zwager, H. (2026, 30 juli). Pride in Nederland: mooi moment voor een HR-check. Personeelsnet. https://www.personeelsnet.nl/bericht/pride-in-nederland-mooi-moment-voor-een-hr-check
Lees verder


